Kennispagina Zorgfraude 2017-11-07T09:28:15+00:00

Zorgfraude (PGB en ZIN)

Zorgkantoren en andere overheidsinstellingen nemen vaak het standpunt in dat de zorgvrager (zoals de budgethouder) kwetsbaar is en beschermd moet worden tegen de malafide zorgverlener. Wij zijn van mening dat dit een gelegenheidsargument is, die in veel gevallen niet opgaat. Veel zorgverleners hebben hart voor hun zorgvragers en stoppen niet indien de subsidie niet toereikend is.

br&dh advocaten dé specialist in pgb-strafzaken
In de afgelopen jaren zijn door ons kantoor mega pgb-(straf)zaken met succes behandeld. br&dh behandelt de grootste mega pgb-strafzaken en civiele procedures door heel Nederland (klik hier voor mediaberichten). Ook publiceert br&dh over strafzaken in de zorg en specifiek over PBG-fraudezaken (klik hier voor de artikelen in de Zorgvisie 2016 en 2017).

Wordt u als bestuurder of leidinggevende geconfronteerd met de aantijgingen van fraude, belt u dan mr. Roozemond of mr. De Haan geheel vrijblijvend op om te overleggen wat wij voor u kunnen doen.

Uiteenzetting

Pgb-fraude is een containerbegrip. In de meeste zorgfraudezaken wordt valsheid in geschrifte, oplichting en witwassen ten laste gelegd.

De telkens terugkerende discussies met het Openbaar Ministerie is of de zorg is geleverd en of de geleverde zorg wel valt onder de wet- en regelgeving. Specifiek gaat het dan om de zeven zorgfuncties:

  • huishoudelijke en persoonlijke verzorging;
  • verpleging;
  • (ondersteunende en activerende) begeleiding individueel of in groepsverband;
  • behandeling;
  • (kortdurend of langdurend) verblijf.

De discussie of de zorg wel daadwerkelijk is geleverd spitst zich toe op welke wijze de zorg is verantwoord en verantwoord had moeten worden.
Bij intramurale budgethouders is het bijna logisch dat de zorg wordt geleverd omdat deze zorgvragers verblijven in de zorginstelling.
Bij extramurale zorginitatieven komt het nauwkeuriger welke zorg er wel en niet is geleverd. In de meeste zaken is de stelling dat er meer zorg is geleverd dan waar de budgethouder recht op had overeenkomstig de toekenningsbeschikking (en daarmee op basis van de zorgovereenkomst). Ook zijn wij van mening dat de regelgeving ondoorzichtig is en niet eenduidig wordt toegepast door de betrokken stakeholders.

Daarnaast speelt de discussie op welke wijze de Zorgkantoren toezicht hebben gehouden. Indien er bijvoorbeeld huisbezoeken en intensieve controles zijn geweest, dan dient de goedkeuring van geleverde zorg niet tot afkeuring te leiden en vervolgens tot strafrechtelijke aansprakelijkheid. De zorgorganisaties hebben op de handelwijze van de zorgkantoren mogen vertrouwen.

Ook staat br&dh zorgorganisaties bij in civiele vorderingen van de zorgkantoren. Daarbij wordt de vordering onder meer gebaseerd op onrechtmatige daad, nietige of vernietigbare overeenkomsten, strijd met de openbare orde en de goede zeden en/of ongerechtvaardigde verrijking. Budgethouders worden daarbij regelmatig op oneigenlijke wijze door de zorgkantoren benaderd om hun vordering aan het zorgkantoor over te dragen en/of aangifte te doen. Ook mag vaak de budgethouder geen zorg meer inkopen bij die betreffende zorgorganisatie. br&dh is van mening – de betreffende zaken zijn nog onder de rechter – dat deze handelwijze onbevoegd is ingezet door de zorgkantoren. Deze handelwijze kent geen wettelijke grondslag.

Zie ook

Wordt u verdacht van fraude?