br&dh in de media: Verdachten openlijke geweldpleging Koningsdag 2016 Arnhem voor de rechter | vrijspraak

Op 5 september 2017 moest een cliënt van mr. De Haan voorkomen op verdenking van openlijke geweldpleging. De zaak had betrekking op een vechtpartij die had plaatsgevonden op Koningsdag 2016 in Arnhem. Twee broers werden op die dag op de Ketelstraat in Arnhem tijdens het festival Kingsize mishandeld door een groep jongeren afkomstig uit Veenendaal. De zaak heeft de nodige media-aandacht gekregen, omdat in de zaak aanvankelijk geen verdachten in beeld waren. Het Openbaar Ministerie heeft daarom de beelden vertoont in BureauGLD, waarna een aantal verdachten zich melden en ook veel getuigen contact opnamen met de politie omdat zij meenden een of meerdere verdachten te herkennen.

Anderhalf jaar na het incident, moesten de verdachten op zitting verschenen. De zaak heeft de nodige media-aandacht getrokken omdat er veel geweld tegen de twee broers was toegepast en zij, 16 maanden later, nog steeds hinder hiervan ondervinden. ’s Ochtends vond bij de rechtbank de openbare behandeling plaats van de verdachten die ten tijde van het delict al meerderjarig waren en ’s middags waren de zittingen besloten omdat de verdachten die toen moesten verschijnen minderjarig waren.

Nadat de Officier van Justitie haar eis bekend had gemaakt, barstte een storm van verontwaardiging los. De Telegraaf schreef dat als de twee slachtoffers die werden mishandeld door negen jongens hadden gehoopt op een vorm van genoegdoening, kwamen ze bedrogen uit. Het AD schrijft over een groep hyena’s die cirkelden rondom hun prooien. In het artikel worden ook de negen voornemen en de eerste letter van de achternaam genoemd van de verdachten die moeten verschijnen. De nieuwsberichten wekken de suggestie dat alle verdachten een aandeel hebben gehad in de vechtpartij.

De cliënt die door mr. De Haan werd bijgestaan had echter geen aandeel in het conflict. Hij liep enkel mee in de groep, maar had geen klappen uitgedeeld en distantieerde zich later ook van de groep toen het geweld uit de hand liep. Hij heeft in het begin ook nog geprobeerd om een van de jongens weg te duwen, zodat het incident niet verder zou escaleren. Om te worden veroordeeld voor openlijke geweldpleging is het noodzakelijk dat de verdachte nauw en bewust samenwerkt met één of meer anderen en daarbij zelf een significante of wezenlijke bijdrage aan de openlijke geweldpleging levert. Het enkele feit dat iemand deel uitmaakt van een groep die openlijk geweld pleegt en zich niet distantieert, is onvoldoende voor een veroordeling. Mr. De Haan heeft de rechtbank dan ook gevraagd om de verdachte vrij te spreken.

Op 19 september 2017 is de cliënt van mr. De Haan vrijgesproken.

2017-10-03T07:27:21+00:006 september 2017|