br&dh in de media: Persverklaring in de zaak tegen Henk Koelewijn | 11 augustus 2017

PERSVERKLARING

Op 10 augustus jl. vond bij de rechtbank Midden-Nederland de behandeling plaats van het door de advocaat van Henk Koelewijn – mr Jaap-Willem Roozemond – gedane verzoek van 7 augustus jl. tot opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis.

Henk Koelewijn wordt door het Openbaar Ministerie vervolgd op verdenking van het mishandelen van meerdere van zijn kinderen. Ook wordt hij vervolgd voor tweemaal poging doodslag – met een kettingzaag en door verwurging – op twee van zijn kinderen en voor de verdenking van het misbruiken van een minderjarige dochter.

Het vonnis lijkt in de media al te zijn geveld, terwijl een inhoudelijke behandeling van de feiten bij de rechtbank nog niet heeft plaatsgevonden. Juist om die reden – een verdachte is nog geen veroordeelde – heeft de verdediging de rechtbank verzocht om de voorlopige hechtenis op te heffen dan wel te schorsen. De voorlopige hechtenis mag geen voorschot op de straf zijn en het mag de verdachte niet persoonlijk of financieel ten gronde richten.

Onderzoek rechter-commissaris
De verdediging acht het daarbij van belang om een tegengeluid te laten horen. In de zaak zijn inmiddels door de verdediging (bijna alle) getuigen gehoord bij de rechter-commissaris. In de meeste van deze getuigenverklaringen is steun te vinden voor de verklaringen die Henk Koelewijn tijdens de politieverhoren heeft afgelegd. Zijn verklaringen houden onder andere in dat hij zich niet schuldig heeft gemaakt aan de verweten pogingen tot doodslag en het verwijt dat hij een minderjarige dochter zou hebben misbruikt.

Verder wordt opgemerkt dat de meeste getuigenverklaringen niet in overeenstemming zijn met de feiten zoals neergelegd in de aangiften. Met andere woorden, de aangevers en getuigen hebben inconsistent verklaard. Ook in onderling verband bezien. Tijdens de laatste pro forma-zitting van 5 juli jl. is dit uitgebreid aan de orde gesteld door de verdediging en ook erkend door het Openbaar Ministerie. De rechtbank Midden-Nederland zal uiteindelijk over deze inconsistenties een oordeel moeten vellen bij de inhoudelijke behandeling.

Ook staan de motieven om aangiften tegen Koelewijn te doen ter discussie. Hierover zullen wellicht later dit jaar mededelingen worden gedaan.

Onderzoek PBC
Uit het onderzoek van het Pieter Baan Centrum naar de persoon van Henk Koelewijn komt naar voren – ondanks dat er geen advies is uitgebracht – dat er geen sprake is van een op de voorgrond staand psychisch ontregeld toestandsbeeld, zoals een psychotische stoornis, een waanstoornis (zoals godsdienstwaanzin) of een stemmingsstoornis. De reden dat de verdediging dit naar buiten brengt, is gelegen in het beeld dat van Koelewijn is ontstaan in de media op grond van ongevraagde getuigenverklaringen. Een voorbeeld is de kop van het artikel: ‘Henk K. is een sekteleider’. Dit strookt niet met de bevindingen van het Pieter Baan Centrum naar aanleiding van de gevoerde gesprekken en observaties, zoals hiervoor beschreven.

Beschikking Raadkamer
De slotsom is dat de Raadkamer dan ook terecht de voorlopige hechtenis geschorst heeft van Koelewijn.

Persoonlijk omstandigheden
Koelewijn zal zijn leven samen met zijn vrouw – na deze bijzonder pijnlijke en zware periode welke zijn tol heeft geëist – proberen op te pakken in afwachting van de inhoudelijke behandeling van de zaak.

Voor verdere vragen kunt u contact opnemen met mr. Jaap-Willem Roozemond (roozemond@brdh.nl of via de telefoonnummers 06-43 200 390 of 030 – 272 4500).

2017-08-11T10:10:35+00:0011 augustus 2017|